SNOEIEN

 
  Of een boom daadwerkelijk gesnoeid moet worden heeft te maken met de eisen van de omgeving of de opbouw van de boom zelf.
Vanuit de omgeving zijn wij het die bepalen hoeveel ruimte een boom van ons krijgt of in welke vorm wij hem graag zien. Belangrijk is het dan om te weten hoe een boom zich gaat ontwikkelen.

Weinig mensen beseffen daarbij dat een boom lengtegroei maakt vanuit zijn knoppen en niet vanuit de basis van de tak of stam (zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is bij de haren van een mens). Rondom worden de takken en de stam wťl elk jaar een jaarring dikker. Dit houdt het volgende in:
Een tak die nu op anderhalve meter hoogte aan de boom zit, zal over 10 jaar nog steeds op diezelfde anderhalve meter hoogte aan de boom zitten! In die tijd kan hij echter wel 10 cm dikker en 5 meter langer geworden zijn!
Hoe eerder men dus onderkent welke tak in de toekomst problemen gaat opleveren, hoe eerder die gesnoeid kan worden.
De snoeiwond blijft daarbij klein en er wordt niet onnodig veel energie gestopt in een tak die (vanuit de omgeving gezien) toch niet te handhaven is.

Maar ook als een boom alle ruimte krijgt om uit te groeien, kunnen er problemen in de opbouw van een kroon ontstaan. Takken kunnen elkaar te veel om het licht beconcurreren, zich ontwikkelen tot plakoksel (slecht aangehechte tak) of gaan schuren met een belangrijke gesteltak. Een goede boomverzorger voorziet tijdig de problemen en kan die door snoei voorkomen


SOORTEN SNOEI

JEUGDSNOEI (na de aanplant om de 2-3 jaar)
Het snoeien van jonge bomen om de gewenste takvrije stam te bereiken, probleemtakken weg te nemen en indien gewenst een doorgaande spil te creŽren.

BEGELEIDINGSSNOEI (boom > 8 m)
De fase na de jeugdsnoei;de gesteltakken worden bepaald. Er wordt bij de snoei vooral gelet op een zo goed mogelijke ontwikkeling van de kroon, ook gezien vanuit de omgeving. Achterstallige jeugdsnoei kan nog worden gecorrigeerd.

ONDERHOUDSSNOEI (volwassen exemplaar)
De boom groeit niet zoveel meer in de hoogte. De snoei beperkt zich tot het weghalen van schuurtakken, te laaghangende takken, dood hout en gescheurde takken. Een enkele topzware tak wordt uitgelicht.

UITDUNSNOEI (een volgroeid exemplaar)
De boom maakt steeds meer bladbezetting aan de uiteinden van de takken, en richt zich meer op de zaadproductie, de bladbezetting binnenin de kroon wordt daarbij minder door lichtgebrek. Door de uiteinden van de takken uit te dunnen i.p.v. in te korten, blijft de vorm behouden,en creŽer je toch weer licht in de binnenkroon.Dit is eigenlijk wat een boom zelf ook veroorzaakt, wanneer hij aftakelt en de takuiteinden afsterven, of wanneer een storm takken afbreekt. Wil deze snoei zinvol zijn moet de conditie van de boom nog wel redelijk zijn, anders kan beter eerst aan bodemverbetering gedaan worden.

VORMSNOEI (minimaal 1 x per 3 jaar)
Hieronder vallen allen cultuurvormen van het snoeien; zoals knotbomen, leibomen, dakvormen. Maar ook het kunstmatig kleinhouden van grote bomen d.m.v. kandelaberen of inkorten, nadeel is dat hierdoor de snoeifrequentie toeneemt en het opnieuw uitgeschoten hout snel groeit, waardoor het slap is en makkelijk uitbreekt.

CORRECTIESNOEI
Dit is snoei die nodig is omdat er door invloed van buitenaf een onbalans in structuur van de boom is ontstaan. Dit kan stormschade zijn of bijvoorbeeld schade door graafwerkzaamheden.